Is wetenschap ondergeschikt aan politieke ideologie?
Consensus over wetenschappelijke uitspraken is juist niet wetenschappelijk. Menigmaal krijg ik de indruk dat de wetenschap aan de ketting ligt. In een democratie van een dichtbevolkte, complexe samenleving kan alleen die democratie overleven als de wetenschap geenszins ondergeschikt is aan politieke ideologie. Science is not settled.
De samenleving kan alleen op basis van zuivere wetenschap gewogen beslissingen nemen.
In hoeverre je jezelf consensus in de wetenschap kunt permitteren, hangt af van welke discipline je beoefent. Bij bepaalde disciplines
kun je redelijkerwijs aannemen dat natuurwetten niet zullen veranderen, ongeacht hoe je meet en hoe je denkt. Zo zullen over de eerste, tweede en derde wet van Newton bij tenminste het merendeel van de wetenschappers fysica consensus bestaan.
De eerste wet van Newton, ook wel de wet van traagheid genoemd, stelt dat een object in rust blijft of met een constante snelheid
blijft bewegen, tenzij er een externe kracht op inwerkt.
De tweede wet van Newton: De versnelling van een object recht evenredig is met de netto kracht die erop wordt uitgeoefend en omgekeerd evenredig met de massa van het object. F= m . a
Derde wet van Newton: Als een voorwerp A een kracht F op een voorwerp B uitoefent, gaat deze kracht gepaard met een even grote, maar tegengesteld gerichte kracht F” van B op A:
Wiskunde als wetenschap: Wiskundige kennis is pas kennis als ze bewezen en definitief is, maar dan is die kennis ook per definitie
eeuwig geldend.
De grote denkfout die wordt gemaakt waar een politicus als natuurwetenschapper met zijn grote voeten intrapt, is dat hij hetgeen
een andere wetenschapper deelt, hij voor absolute waarheid aanneemt.
Op de wiskunde na is alle kennis in andere disciplines per definitie geen eeuwig geldende kennis. Kennis is altijd vatbaar voor
voortschrijdend inzicht.
Met stomheid geslagen lees ik het een en ander over Al Gore die bestuurskunde heeft gestudeerd. Hij heeft hetzelfde IQ als ik. Dat
dan weer wel. In 2010 krijgt de klimaatgoeroe van de universiteit van Tilburg een eredoctoraat. De man weet van klimaat evenveel
als Greta Turnberg. Dat is opgeteld 2 x niks = niks
Om met professor dr. Ir. Guus Berkhout, geofysicus te spreken, kun je 10 voorwaarden opstellen die wetenschappers behoren te
omarmen. Het zou voor volksvertegenwoordigers nuttig zijn kennis te nemen van deze 10 voorwaarden.
Voorwaarde 1:
Complexe vraagstukken, zoals klimaatverandering, vragen nauwe samenwerking tussen een groot aantal uiteenlopende disciplines.
Met een voorbeeld:
De gletsjers verdwijnen, een teken van onomkeerbaar in de fik vliegen van de aarde is een uitspraak van IPCC. Vraag ook eens
naar het oordeel van een paleontoloog en een geoloog. Elke discipline levert een stukje van de puzzel.
Voorwaarde 2:
Hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek kent een grote diversiteit aan invalshoeken, zonder dogma's en zonder vooroordelen, immers pas als je bereid bent je kwetsbaar op te stellen, ben je in staat en bereid naar iedereen, ongeacht ieders achtergrond, te luisteren. Van luisteren word je wijzer dan met dichtgeplakte oren rondlopen.
Voorwaarde 3:
Geloof in modellen is geloof in de aannames. Alleen juiste aannames leiden tot een juist eindantwoord. Het gebruik van
supercomputers doet daar niets aan af met als reden: Je komt alleen tot juiste aannames als je elke aanname tegen de lat van het kritisch denken legt. In het geval een aanname niet correct is, heb je een model waarbij de supercomputer uitkomsten spuugt waar niemand iets aan heeft. Beleid afgestemd op dit soort aannames is gevaarlijk.
Voorwaarde 4:
Met voldoende parameters lukt het altijd om metingen uit het verleden te reconstrueren. Succesvolle reconstructie zegt echter
weinig over de juistheid van de modellen. Wie is een rechter om uitspraken te doen aan de hand van bij wet gehanteerde modellen waarvan menige wetenschapper beweert dat die modellen onjuist zijn? Hier moet de discussie in de Kamer over gaan en niet over wat we binnen wettelijke kaders mogen. Als de logica ontbreekt, moet je de wet aanpassen. Daar ben je Kamerlid voor.
Alleen als een samenstel van parameters, indien die parameters in aantal en hoedanigheid niet veranderen, heb je het verleden
correct gereconstrueerd. Echter als je er een rekenmodel van gaat maken voor de toekomst, neem je aan dat je voldoende
parameters hebt en die in hoedanigheid en omvang niet wijzigen. Daaruit komt een model en van dat model klopt niks, omdat die
parameters wel in omvang en hoedanigheid kunnen veranderen en wijsneus, dat had jij even niet onderzocht.
Voorwaarde 5:
In wetenschappelijke vooruitgang hebben metingen het laatste woord. Doorbraken in de wetenschap worden geïnitieerd door het
beschikbaar komen van betere metingen. Dus alles waar we nu iets over zeggen, is niet meer dan een grove benadering en vooralsnog niet de waarheid.
Voorwaarde 6:
De geschiedenis van de wetenschap laat keer op keer zien dat nieuwe inzichten niet komen van volgers, maar van andersdenkenden.
Jazeker: De andersdenkenden riepen ook dat de aarde rond is. In hun tijd werden ze vervolgd, omdat het narratief was: De aarde is
plat. De geschiedenis herhaalt zich keer op keer. Je kunt erop wachten dat degenen die jij wappies noemt hun gelijk ongewild bewijzen!!!
Voorwaarde 7:
Academische vrijheid is een groot goed. Wetenschappers moeten beschermd worden door de Academies van Wetenschappen tegen
inmenging van politieke ideologieën. Elke wetenschapper die boven het maaiveld uitkomt met een afwijkende uitspraak, wordt beticht van verstrekken van desinformatie en kan in het slechtste geval strafrechtelijk worden vervolgd. Dit is de reden waarom ik de motie klaar heb:
De Kamer gehoord de beraadslaging verzoekt de regering het ministerie van OCW te splitsen in het ministerie van O en C en
het ministerie van W, waarin het de taak van de minister van W het beschermen van wetenschappers is die met afwijkende
bevindingen komen t.o.v. het heersend narratief. De universiteiten vallen onder het ministerie van W. Alle schijn voor de parochie te preken van degene die wetenschappelijk onderzoek financiert dient te worden voorkomen. Slechts dan kan ook aan voorwaarde 8 worden voldaan aan de noodzaak zuivere wetenschap te beoefenen.
Voorwaarde 8:
Academies van Wetenschappen hebben de verantwoordelijkheid om de samenleving te waarschuwen voor onzinnige conclusies die
volgen uit onvolwassen modellen. Hier is professor Berkhout een schreeuwer in de woestijn, wetend dat hij groot gelijk heeft. Wetenschap erodeert, omdat wetenschap afhankelijk is van degenen die lijden aan hebzucht en geldingsdrang.
Voorwaarde 9:
Om onzinnig overheidsbeleid te voorkomen, moet de wetenschap meer inzicht verschaffen in de maakbaarheid van de wereld om
ons heen.
De professor bedoelt dat types als ministers van klimaat en groene groei, alleen al de infantiele naam van dit ministerie, niet moeten
denken met € 28.000.000.000, opwarming van de aarde me 0,000036 graden tegenhoudt, je met het volplanten van windmolens in de Noordzee en Nederland behangen met zonnepanelen het energievraagstuk oplost. Dat doet de overheid met belastinggeld van de burgers en daarmee de burgers financieel compleet uitkleedt. Het was dezelfde minister die het had over de verstikkende stikstofdeken. 78% van de lucht is N2 meneer de minister. Jij krijgt zeker niet de NOBELPRIJS.
Voorwaarde 10:
The science is settled is een consensus uitspraak, die nooit door integere wetenschappers gebruikt zal worden.
Universiteiten zijn allang niet meer de centra van wetenschap en nog eens wetenschap. Vanaf 1980 is de afbraak merkbaar:
Studenten leren achterhaalde inzichten en alles is politiek correct. Luister naar hoogleraren die reeds AOW krijgen. Deze wetenschappers beoefenen de wetenschap zonder achtervolgd te worden voor de parochie te moeten preken waar men op de loonlijst staat.
Herman, Tjeenk Willink, 23-01-1942, oud politicus.
Mensen als Tjeenk Willink zijn voor elke politieke partij een inspiratiebron. De wijze raad zo voor het oprapen. In december 2018 bracht
Tjeenk Willink een boekje uit met als titel 'Groter denken, kleiner doen'. Hierin gaf hij te kennen zich grote zorgen te maken over de
ontwikkelingen in Nederland. Een oproep om van onder af aan op te staan voor de democratische rechtsstaat.
Problemen definiëren: Daarom heb je inhoudelijke deskundigheid nodig. Kennis die tegenwoordig te vaak ingehuurd wordt via
allerhande consultants. En daar gaat het volgens Tjeenk Willink mis: Om kennis te kunnen inhuren, moet je het probleem wel
kunnen definiëren. De economische belangen worden almaar groter in het huidige functioneren van de overheid.
'In die zin is de overheid een verdienmodel geworden.' > 900.000 ambtenaren = € 160.000.000.000,- en dan nog moet er voor € 3.700.000.000,- aan extern advies worden ingekocht?
Tjeenk Willink zegt gewoon dat de kennis ontbreekt en daarmee afhankelijk wordt van ingehuurde expertise die een eigen leven
kan gaan leiden. "JE MOET HET PROBLEEM WEL KUNNEN DEFINIËREN."
Waar arrogantie toe leidt: De minister van I&W, goed 2 dagen minister, weet schijnbaar meer dan 14.000 rijinstructeurs bij
elkaar. Volgens peilingen verlaat > 60% de branche als de voorgestelde maatregelen doorgaan. "IK HEB VERNOMEN VAN
DE ZORGEN IN DE BRANCHE EN IK SPREEK DE HOOP UIT DAT DE BRANCHE DE POSITIEVE VERANDERINGEN GAAT ZIEN."
Zou hij onderwijskundige zijn? Nee hoor, makelaar. Maar hij zit allang in de politiek. Dan heeft hij weinig geleerd: Als jij zo over
de meerderheid heen walst, behoor je geen minister te zijn. Minister betekent dienaar.
Academische vrijheid is een groot goed. Wetenschappers moeten beschermd worden door de Academies van Wetenschappen tegen
inmenging van politieke ideologieën.
Voorwaarde 7: Academies van Wetenschappen hebben de verantwoordelijkheid om de samenleving te waarschuwen voor onzinnige conclusies die volgen uit onvolwassen modellen.
Voorwaarde 8: De wetenschap moet meer inzicht verschaffen in de maakbaarheid van de wereld om ons heen.
Voorwaarde 9: The science is settled is een consensus uitspraak, die nooit door integere wetenschappers gebruikt zal worden.
Voorwaarde 10: Een minister is niet meer dan een MP4 bestand. Je denkt de minister te horen, maar het is de ingesproken tekst
van een ambtenaar. Ministers met vakinhoudelijke kennis moeten nog geboren worden. EN DAT MOET ANDERS!
Motie de overheid te beschermen tegen misbruik door overheid als verdienmodel van allerlei consultants al dan niet extern:
De Kamer gehoord de beraadslaging verzoekt de regering erop toe te zien dat toekomstige ministers beschikken over vakinhoudelijke kennis. Op de ministeries dient ook die vakkennis aanwezig te zijn. Als er 15 ministeries zijn, dient de partij onder ideale omstandigheden tenminste 15 leden te hebben, zodat binnen de partij de totaal benodigde vakinhoudelijke kennis is vertegenwoordigd.
Het antwoord op reacties uit de Kamer:
Een minister die bestuurskunde heeft gestudeerd, kan geen klimaatminister zijn. Hebben we wel een klimaatminister nodig?
Een minister van VWS die schoolmeester was, die oordeelt over de BIG registratie van een medicus, hoort per direct te worden ontslagen.
Het moet niet meer mogelijk zijn dat de bakker de slager gebiedt hoe het varken uit te benen.
Het moet niet kunnen dat een wethouder die het dorp wil laten bruisen, niet naar de sociaal geograaf Ingrid Lucassen luistert, haar uit de flat schopt voor een of ander pompeus bouwwerk, leeft in de veronderstelling dat de JUMBO in dat pompeuze bouwwerk de trekker van het boerengat gaat worden, de straat sloopt, de provinciale weg over een traject van 10 km omleidt en de basisschool sloopt, om aan 1,7 parkeerplaatsen per huishouden te voldoen bij de luxe appartementen. Deze operatie wordt 2 jaar uitgesteld, omdat een vleermuis in de basisschool bivakkeert.
- De volksvertegenwoordiger beschikt over de nodige vakkennis.
- De volksvertegenwoordiger kan kritisch denken.
- De volksvertegenwoordiger moet niets aan zijn oren mankeren: Van luisteren word je wijzer dan met je oren dichtgeplakt rondlopen.
- De volksvertegenwoordiger is in staat samen met andere volksvertegenwoordigers die gespecialiseerd zijn in andere disciplines te komen tot gewogen oordelen.
- De volksvertegenwoordiger beschikt over een hoge Public Merit Score: Stel jij je als volksvertegenwoordiger beschikbaar, onderwerp jij je vrijwillig aan een screening. Deze screening moet erop gericht zijn dat de kiezer er vanuit moet kunnen gaan dat de volksvertegenwoordiger integer is en opkomt voor de meerderheid en rekening houdt met de belangen van de minderheid.
Als ik met een leerling aan kom zetten bij het CBR of onderweg door de politie wordt gevraagd of ik bevoegd ben, laat ik mijn WRM pas zien en mijn rijbewijs. Waarom moet ik me wel verantwoorden en elke 5 jaar geëxamineerd worden of ik nog steeds een professional ben en mag een klimaatminister de grootste onzin uitkramen met desastreuse gevolgen?
Het is 2050. Is Nederland dan klimaatneutraal? Wat heeft het voor zin klimaatneutraal te zijn als continenten om je heen een heel ander beleid voeren?
Welke milieuschade is veroorzaakt om kost wat kost klimaatneutraal te zijn?
Heb je wel voldoende grondstoffen voor de stopcontactsamenleving?
Wat heeft het voor zin om te roepen: Hoi, we hebben de klimaatdoelstellingen gehaald, terwijl niemand nog een droge snee brood heeft? Al ben je klimaatneutraal, verandert het klimaat dan vanaf dat moment niet meer?
Aan de CO2 knop draaien kost € 3.000.000.000,- per jaar. Science is not settled, behalve als de hoogleraar op iemands loonlijst staat.
Alvorens je over welk onderwerp dan ook uitspraken doet, zal de toehoorder onder de gehanteerde begrippen hetzelfde dienen te
verstaan.
Indien in de gehanteerde begrippen waardeoordelen staan, zijn die afkomstig van degenen die de begrippen hebben
geformuleerd en wel het geloof hebben in klimaatalarm of zich voordoen het geloof in klimaatalarm te hebben om welke perverse reden dan ook.
Het navolgende betoog is een college over in hoeverre toename van C O2 door menselijk handelen de aarde zodanig opwarmt dat de
mondiale overheid en als ik cynisch word, Blackrock dus, moet ingrijpen.
- Hee, wetenschapper, is C O2 een broeikasgas? Jazeker.
- Hee wetenschapper, neemt C O2 in de atmosfeer toe door menselijk handelen? Jazeker.
- Verandert het klimaat? Jazeker.
- De simpele van geest had een beetje moeten doorvragen i.p.v. aan de C O2 knop denken te kunnen draaien. Een miljarden verslindende, milieuvervuilende operatie van windmolens en zonnepanelen bij een net dat het niet aankan, de gaspijp in Slochteren vol beton gieten, dus de oude schoenen weggegooid zonder nieuwe te hebben.
- Hee wetenschapper, kunnen wij de opwarming van de aarde tegengaan? Hoezo opwarming van de aarde?
- Wetenschapper, dat roept Al Gore toch? Nou, nog niet misschien ga je er invloed op uit kunnen oefenen, al wordt er geen microgram C O2 door de mens geproduceerd. Dan nog niet.
Geografie is de wetenschap die zich bezig houdt met de studie van veelvoorkomende verschijnselen van en aan het aardoppervlak Het is een totaalwetenschap, waarbij je een onderscheid kunt maken tussen de fysische geografie en de sociale geografie.
Geofysica is de studie van de natuurkundige verschijnselen die zich voordoen in de Aarde. Geofysica wordt tot de aardwetenschappen gerekend, maar is ook te zien als een specialisatie binnen de natuurkunde. In ruimere zin bestudeert de geofysica alle onderdelen van het systeem Aarde, maar er kan een onderscheid gemaakt worden tussen de geofysica van de dampkring (bijvoorbeeld meteorologie en klimatologie), de geofysica van de oceanen (fysische oceanografie) en de geofysica van de vaste Aarde. In engere zin betreft de geofysica alleen de geofysica van de vaste Aarde, en heeft dan veel raakvlakken met de geologie en de geochemie.
Paleontologie is de wetenschap die fossiele resten of sporen van organismen opspoort en bestudeert, om aan de hand daarvan de
evolutie van het leven op aarde in het geologisch verleden te reconstrueren. Een beoefenaar van deze wetenschap is een paleontoloog.
Geologie of aardkunde is de wetenschap die de Aarde, haar geschiedenis en de processen die haar vormen en gevormd hebben, bestudeert. Geologie behoort tot de aardwetenschappen. Wetenschappers die de geologie als vakgebied hebben, worden geologen genoemd.
Het klimaat is de gemiddelde weerstoestand (temperatuur, windkracht, bedekkingsgraad en neerslag) over een periode van minimaal 30 jaar.
De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment is het weer.
Het klimaat is onderzoeksobject van de klimatologie. Aangezien het weer snel kan veranderen, zijn gemiddelde waarden van het
weer (zoals van temperatuur) niet de enige maat voor het klimaat en betrekt men hierbij ook frequentieverdelingen, extreme waarden, modale waarden en standaardafwijkingen.
De klimatologie is de wetenschap die het klimaat en klimaatverandering bestudeert. Er wordt geprobeerd de geconstateerde verschijnselen te begrijpen in termen va natuurkunde en de scheikunde.
De nauw verwante meteorologie bestudeert het weer.
Om iets zinnigs te kunnen zeggen over klimaatverandering bestuderen we de verschijnselen van en aan het aardoppervlak vanuit diverse disciplines.
Koolstofdioxide (CO2) is een kleurloos en reukloos gas dat van nature in de atmosfeer voorkomt. De niveaus van CO2 worden doorgaans gemeten in parts per million (ppm) en geven de concentratie van CO2 in de lucht aan.
De minuscule druppeltjes en ijskristallen van 0,001 tot 0,1 mm doorsnede zijn door de enorme aantallen toch zichtbaar als het wit of lichtgrijs van de wolk. Dit komt doordat de gecondenseerde waterdamp (H2O) waar een wolk uit bestaat, een groot deel van de zonnestralen die erop schijnen reflecteren en verstrooien. Dit gebeurt over het gehele kleurenspectrum vrijwel even sterk, waardoor de overheersende kleur wit is. De witheid wordt wel uitgedrukt als reflectiecoëfficiënt albedo en neemt over het algemeen af met de hoogte.
Aardopwarmingsvermogen is een aanduiding voor de mate waarin een broeikasgas kan bijdragen tot de klimaatopwarming. De internationaal gebruikte afkorting is GWP (van global warming potential). Het is een relatieve maat, die het aardopwarmingsvermogen van een broeikasgas aangeeft vergeleken met dat van koolstofdioxide (C O2); meer bepaald, het opwarmingsvermogen in een periode van 100 jaar van 1 kg van het gas ten opzichte van 1 kg CO2. Minder vaak worden ook de perioden 20 en 500 jaar gebruikt. Het aardopwarmingsvermogen is afhankelijk van de gebruikte tijdsperiode; voor sommige gassen vergroot het wanneer een langere tijdsperiode wordt beschouwd, voor andere gassen verkleint het; dit hangt af van de levensduur van de gassen in de atmosfeer. De snelheid waarmee de concentratie van een gas in de atmosfeer vermindert in de tijd is niet altijd even goed bekend en daarom zijn niet alle waarden van het aardopwarmingsvermogen even betrouwbaar. Ook is het afhankelijk van in welk deel van het spectrum een gas absorbeert.
Als een ander gas op dezelfde plaats actief is, zal er minder straling over blijven om te absorberen en zal de GWP dus lager zijn.
Het aardopwarmingsvermogen van koolstofdioxide is per definitie gelijk aan 1.
Niet alle broeikasgassen hebben eenzelfde 'opwarmend vermogen' (Global Warming Potential of GWP), dat het effect van dit gas gedurende een bepaalde periode weergeeft. C O₂ wordt hier als referentie genomen en kreeg dan ook de referentiewaarde 1 mee. Om de uitstoot van de verschillende gassen in eenzelfde eenheid uit te kunnen drukken en hun gezamenlijk effect te berekenen, worden de uitgestoten hoeveelheden omgerekend naar C O2-equivalenten gedurende een periode van 100 jaar (de referentieperiode gebruikt door het
IPCC).
In de gehanteerde begrippen staan waardeoordelen die afkomstig zijn van degenen die de begrippen hebben geformuleerd en wel het geloof hebben in klimaatalarm of zich voordoen het geloof in klimaatalarm te hebben om welke perverse reden dan ook. Wanneer er sprake is van een waardeoordeel, is de tekst bruin gekleurd.
Natuurlijke broeikasgassen
- Waterdamp (H₂O), het belangrijkste van nature aanwezige broeikasgas, ontstaat door verdamping van water op het aardoppervlak.
- Koolstofdioxide (CO₂) ontstaat bij de natuurlijke afbraak van plantaardig of dierlijk materiaal, maar wordt tevens opgenomen door planten in de fotosynthese (omzetting van CO₂ en water tot suikers onder invloed van zonlicht) wordt in grote mate door menselijke activiteiten geproduceerd, voornamelijk bij: de opwekking van energie door verbranding van fossiele brandstoffen (steenkool, aardolie en aardgas), ontbossing, vooral in de tropen voor omschakeling naar landbouw (platbranden), industriële processen zoals de
productie van cement en kalk, activiteiten in de petrochemie en de metaalnijverheid. De CO₂-concentratie is sinds 1750 met meer dan 45 % gestegen van 280 naar 411 ppm begin 2019 (ppm = parts per million -deeltjes per miljoen deeltjes) !
De uitstoot afkomstig van fossiele oorsprong is sinds 1990 gestegen van 22 naar 36 Gt CO₂/jaar (Gt = gigaton of miljard ton). Dit gas heeft van alle broeikasgassen het grootste aandeel in het broeikaseffect (meer dan 50%). En dit, lieve studenten is een suggestieve uitspraak die op generlei wijze is getoetst. Bekijken we het voorkomen van CO2 in de atmosfeer, 200.000.000 jaar geleden, was het C O2 gehalte 7.000 ppm. En dan nog iets: Er is geen oorzakelijk verband aangetoond tussen temperatuurstijging en stijging van CO2,sterker nog. Decennia na de temperatuurstijging kakt het C O2 gehalte er achter aan. En hetgeen de paleontoloog blootlegt aan biodiversiteit bij een hoog C O2 gehalte, is ongekend hoog. Nadert het C O2 gehalte 200 ppm, houdt leven op aarde te bestaan. - Methaan (CH₄) ontstaat bij de ontbinding van plantaardig materiaal in vochtige gebieden iets meer dan de helft van de totale uitstoot is afkomstig van menselijke activiteiten: de landbouw (in rijstvelden, door darmgisting bij herkauwers, het gebruik van mesthopen en drijfmest) de behandeling van huishoudelijk afval (storten en compostering) de exploitatie en distributie van aardgas (lekken, onvolledig of niet verbrand gas) de concentratie van methaan is sinds 1750 met zo’n 150% gestegen van 700 naar 1774 ppb in 2005 (ppb = parts per billion -deeltjes per miljard deeltjes) en is verantwoordelijk voor ongeveer 20% van het broeikaseffect. De methaanuitstoot is het afgelopen decennium redelijk stabiel gebleven. heeft een “opwarmend vermogen” (GWP =Global Warming Potential) dat 28 keer hoger is dan CO2.
- Lachgas of distikstofoxide (N₂O) de uitstoot van lachgas door menselijke activiteiten is afkomstig van: de landbouw (het
gebruik van stikstofhoudende meststoffen) de chemische industrie (bv. de productie van salpeterzuur) de verbranding van fossiele brandstoffen voor huisverwarming en transport. De huidige concentratie is ongeveer 16% hoger dan in 1750 en is gestegen van 270 naar 319 ppb in 2005 (ppb = parts per billion -deeltjes per miljard deeltjes). Het gas is verantwoordelijk voor ongeveer 6% van het broeikaseffect heeft een “opwarmend vermogen” dat 273 keer hoger is dan CO₂ ! - Ozon (O3) ozon is van nature aanwezig in de stratosfeer (op 10-15 km hoogte), waar het de planeet beschermt tegen schadelijke UV-straling. De verlaagde concentraties van ozon op deze hoogte (het zogenaamde “ozongat”) wordt veroorzaakt door ozonafbrekende stoffen van menselijke oorsprong, zoals een aantal gefluoreerde koolwaterstoffen (bv. drijfgassen uit spuitbussen). Ozon wordt echter ook gevormd in de troposfeer (de menselijke leefomgeving) door een chemische reactie -onder invloed van sterk zonlicht tussen stoffen afkomstig van luchtvervuiling. Ozon, een zeer reactief gas, is schadelijk voor de gezondheid, heeft een negatieve impact op de productie van landbouwgewassen enz.. Op deze hoogte veroorzaakt ozon een verhoogd broeikaseffect.
- Gefluoreerde koolwaterstoffen (CFK’s, HCFK’s, HFE's, HFK’s, PFK’s) doen dienst als koelvloeistof (koelkasten en airco), solvent (o.m. voor de schoonmaak van elektronica), brandblusmiddel en worden gebruikt in de productie van aluminium en kunststofschuim absorberen heel sterk de infrarode straling en zijn scheikundig erg stabiel, waardoor ze een belangrijk aandeel in het broeikaseffect voor hun rekening nemen (de GWP’s variëren tussen 10 en 14.800); CFK’s en HCFK’s zijn verantwoordelijk voor de afbraak van de stratosferische ozon (op grote hoogte) en zijn of worden verboden door het Protocol van Montreal (1987). De vervangproducten (HFK’s) zijn niet schadelijk voor de stratosferische ozonlaag maar hebben wel een effect als broeikasgas;
- Zwavelhexafluoride (SF₆) wordt gebruikt in transformatoren en dubbel glas (geluidsisolatie) ze worden in zeer kleine
hoeveelheden geproduceerd, maar absorberen het infrarood zeer sterk (het “opwarmend vermogen” is 25.200 keer hoger
is dan dat van CO₂) en zijn scheikundig zeer stabiel. - Stikstoftrifluoride (NF₃) een kleurloos, geurloos, niet ontvlambaar maar toxisch gas wordt steeds meer gebruikt als industriële ontvetter in de productie van LCD-schermen en fotovoltaïsche cellen door zijn hoog “opwarmend vermogen” van 17.400 en de snelle groei van zijn industrieel gebruik (NF₃ vervangt steeds vaker SF₆), heeft zijn uitstoot een grotere impact dan oorspronkelijk gedacht.
Fotovoltaïsche cellen.
Extreme weersomstandigheden hebben nog geenszins een directe relatie met klimaatverandering als gevolg van menselijk handelen
door broeikasgassen in de atmosfeer uit te stoten.
In het heelal en op de oceaanbodem vinden natuurkundige en scheikundige processen plaats die mogelijk veel meer invloed uitoefenen op meteorologische omstandigheden op enig moment op enige plaats dan een verhoogde concentratie CO2.
We gaan op zoek naar het antwoord op klimaatalarm als onzin af te doen.
Het klimaat kun je niet, ook niet gedeeltelijk, in een laboratorium simuleren, laat staan dat je er in de natuur mee kunt experimenteren. Onze kunde van het uiterst complexe fenomeen "Klimaat” is dus louter gebaseerd op observaties en de (huidige) interpretaties daarvan. Misschien allemaal best plausibel, maar wel op basis van onze, nog altijd beperkte kennis van klimaat. Maar ook op basis van niet bewezen aannames, wankele modellen en een veel te korte periode van betrouwbare observaties.
Dat klimaat niet maakbaar is en menselijk handelen geen invloed van betekenis heeft op het toekomstige klimaat, dienen we zoveel
mogelijk steekhoudende argumenten aan te dragen. De klimatoloog dient te worden geholpen door de paleontoloog, de geoloog, de geofysicus, de astrofysicus.
Prof. Steven Koonin told his students, check the papers and data.
Ingrid Lucassen deed gewoon wat professor Koonin zei: Begin eens zo nauwkeurig mogelijk data te verzamelen vanaf 3.800.000 jaar geleden. Maak studie van dateren, waaronder de C14 methode er 1 is. Kortom, probeer het verleden zo nauwkeurig te reconstrueren. Zoals de technische recherche op zoek is naar sporen van een gepleegde misdaad, zo is de wetenschapper op zoek naar zekerheden uit het verleden.
Reconstrueren, meten en op zoek naar trends.
In bovenstaande grafiek zien we een lichte stijging van de gemiddelde temperatuur. Hoe nauwkeurig deze metingen zijn, dient eerst te worden onderzocht. Zo is de temperatuur in stedelijk gebied op een zonnige dag altijd hoger dan in ruraal gebied. U kunt niet ongestraft uitgaan van bovenstaande data.
26 graden Celsius op de A50 en als ik in Eindhoven bij het PSV stadion ben is het 31 graden Celsius. In de loop der tijd kan hetzelfde weerstation op dezelfde plek in stedelijk gebied terecht komen. Een betontegel onder het kastje met de louvredeurtjes kan al een afwijkende temperatuurt weergeven.
- Het hitte-eilandeffect of urban heat island effect (UHI) is het fenomeen dat de temperatuur in een stedelijk gebied gemiddeld hoger is dan in het omliggende landelijk gebied. De belangrijkste oorzaken van het UHI zijn de absorptie van zonlicht door de in de stad aanwezige donkere materialen en de relatief lage windsnelheden. Door het UHI worden problemen tijdens hittegolven, zoals hittestress, verergerd. Bouwkundige maatregelen en meer groen in de stad verminderen het UHI. Het temperatuurverschil tussen stad en omgeving kan oplopen tot > 4°C, en is 's nachts het hoogst. Het verschil wordt veroorzaakt doordat:
- In steden meer zonlicht wordt geabsorbeerd dan in omliggende gebieden door de daar aanwezige, donkere materialen, zoals asfalt;
- De afkoeling door straling lager is in de stad dan in het landelijk gebied;
- Er vermindering in warmteverlies van gebouwen is door lagere windsnelheden;
- Er warmte vrijkomt door menselijke activiteiten zoals verwarming, gemotoriseerd vervoer, airconditioning, fabrieken etc.;
- Er in steden 10 tot 20% minder verdamping plaatsvindt, omdat ze grotendeels uit verhard oppervlak bestaan.
Het fenomeen dat het in een stad warmer is dan in het omliggende platteland is reeds lang bekend. In eerste instantie werd dit vooral toegeschreven aan het gebruik van brandstof in de stedelijke omgeving. De absorptie van warmte blijkt echter een belangrijkere rol te spelen. Er is weinig bekend over het UHI in Nederland. De situatie in Nederlandse steden is anders dan in de meeste andere landen, omdat er relatief veel water is en omdat de warmtecapaciteit van de Nederlandse huizen relatief laag is.
Gevolgen:
- Door hoge temperaturen tijdens hittegolven neemt de arbeidsproductiviteit af en agressie toe.
- Hittestress zorgt voor een toename van de morbiditeit en mortaliteit.
- Het leidt er ook toe dat het asfalt minder lang mee gaat.
- Bij daken voorzien van een lichtgekleurd grind blijkt dat de dakbedekking langer mee gaat.
Maatregelen Nieuwe huizenblokken kunnen zo gebouwd worden dat de wind warmte beter kan afvoeren vanuit binnenplaatsen en straten. De zonnewarmte kan buiten de huizen worden gehouden door buitenzonwering zoals zonneschermen (geen binnen zonwering) en door nachtkoeling, zodat airconditioning niet nodig is. Airconditioning zorgt voor meer hitte op straat en verergert dus het hitte-eilandeffect en
kost bovendien veel elektriciteit, terwijl tijdens hittegolven elektriciteit schaars kan worden door gebrek aan koelwater voor elektriciteitscentrales. Een manier om het hitte eilandeffect te verminderen, is het planten van bomen. In steden staan relatief weinig bomen. Deze hebben een verkoelend effect: de temperatuur eronder is lager door de schaduwvorming, ze verdampen water en ze absorberen minder zonlicht dan bijvoorbeeld asfalt. Bomen hebben ook een positief effect op de waterhuishouding en de luchtkwaliteit.
Andere maatregelen om het hitte-eilandeffect te verminderen zijn de aanleg van groene daktuinen en groene gevels en het gebruik van wegdekken die minder warmte absorberen.
Wat let ons om het stedelijke gebied groener te maken?
Drive-inwoning met bovenburen = 2 parkeerplaatsen onder de woning. In een straat met 40 woningen, verdien je 240 m2 aan parkeerplaatsen en creëer 900 m2 dakterras. In een straat met 20 gebouwen heb je 1.140 m2 aan extra groen. Pas dit in de hele
stad toe en je komt nog CO2 tekort voor al dat groen.
Proxies
Als er geen meetgegevens beschikbaar zijn, moeten we het doen met proxies. De ouderdom dateren aan de hand van de C14
methode, de mate waarin CO2 voorkwam in een ver verleden aan de hand van het voorkomen van bepaalde vegetatie en of
eigenschappen van bijvoorbeeld het blad van die vegetatie. De omvang en aantal huidmondjes op een blad verraden de mate
van CO2 in de atmosfeer.
Elk laagje in de sedimenten vertelt een verhaal over zijn eigen klimaat. Van gletsjer tot tropisch regenwoud op één en dezelfde plek. We hebben bewijs van de klimaatgeschiedenis van de aarde.
200.000.000 jaar geleden was het gemiddeld 13 graden Celsius warmer dan nu. Hoe komen we aan die 13 graden Celsius? Paleo klimatologie is de studie van het klimaat met behulp van gegevens die in de bodem zijn opgeslagen. Klimaatgegevens kunnen uit zeer verschillend materiaal worden afgeleid en er is een grote variatie aan onderzoeksmethoden.
Gebruik van fossielen
Boring Noordwijk; Mariene moluskenfauna's (weekdieren) uit het Pretiglien; Voorbeeld van klimaatgroepering waaruit de aanwezigheid van twee koude en twee warme perioden in deze tijdsspanne blijkt' Van oudsher worden fossielen gebruikt om klimaatgegevens uit af te leiden. Hierbij wordt van het actualiteitsprincipe uitgegaan: voorkeuren en eisen zoals een soort die thans heeft, zal diezelfde soort in het verleden ook gehad hebben. Er wordt stilzwijgend aangenomen dat deze kenmerken zich in de loop van het bestaan van een soort door bijvoorbeeld evolutie niet hebben gewijzigd.
Behalve deze aanname is een ander zwak punt dat het volledige ecologische en klimatologische spectrum van veel thans levende
soorten niet echt bekend is. Vaak 'gebruikt' een soort onder bepaalde omstandigheden maar een deel van de mogelijkheden die die soort beschikbaar heeft (Onder andere omstandigheden zou dezelfde soort gebruik kunnen maken van een andere combinatie van mogelijkheden). Van soorten die zijn uitgestorven, worden de kenmerken van hun naaste nog bestaande verwanten genomen. Ondanks deze aannames, is het actualiteitsprincipe het enige houvast om conclusies uit het voorkomen van fossielen te trekken. Door resultaten die verkregen zijn uit onderzoek aan verschillende plant- en diergroepen met elkaar te vergelijken is het mogelijk uitkomsten te valideren.
Soorten uit een fauna kan men indelen naar hun klimaatvoorkeur (of -eisen). Uit de ontwikkeling van de verhoudingen tussen dergelijke klimaatgroepen binnen een opeenvolging van fossiele fauna's in een geologische sectie kan men conclusies over het relatieve klimaatverloop trekken. Dit basisprincipe ligt ook ten grondslag aan statistische methoden om bijvoorbeeld de ontwikkeling van temperatuur en vochtigheid te achterhalen uit fossielen die aanwezig zijn in een monsterserie.
De eerste wetenschapper die beschreven heeft hoe die op deze manier klimaatverandering deduceerde was de Chinese wetenschapper Shen Kuo. In 1088 schreef hij over de vondst van versteende bamboe op een plek waar de klimaatomstandigheden zodanig waren dat bamboe er niet zou kunnen groeien. Hij suggereerde dat in vroegere tijden het klimaat in die regio anders moest zijn geweest.
Andere methoden
Andere veelgebruikte methoden zijn de bestudering van seizoen gelaagdheden in sedimenten (varven), ijsafzettingen, maar ook
biogene materialen zoals hout (boom jaarringen), groeiringen in bivalven (tweekleppig waterdier), koralen, etc. Hieraan ligt ten grondslag dat aangroei in al deze gevallen niet over het hele jaar gelijkmatig is maar in hoeveelheid varieert volgens de seizoenen. Naast de hoeveelheid materiaal varieert vaak ook het soort materiaal wat wordt vastgelegd. Een boom zal in de zomer snel groeien (en produceert lichtgekleurd hout) terwijl in de winter de groei veel langzamer is (en maakt dan donkergekleurd hout aan). Door het opmeten van de relatieve dikteverschillen en de bepaling van de paleontologische, fysische en/of chemische verschillen tussen de seizoenslaagjes,
kunnen conclusies over het klimaat getrokken worden.
In bepaalde plant- en diergroepen leven in het koude seizoen andere soorten dan in het warme seizoen. Dat komt bijvoorbeeld voor bij kiezelwieren. Door de variatie tussen koude en warme soorten procentueel te berekenen, wordt een beeld verkregen van de wisseling van de seizoenen.
Een veel toegepaste fossiele klimaatproxy is de gemiddelde julitemperatuur zoals die uit pollen-onderzoek van fossiele flora's afgeleid kan worden.
Valideren van proxies
Al deze bronnen van mogelijke gegevens noemt men "proxies". Door klimaatproxies te bepalen uit de historische periode waarover eveneens instrumentele meetgegevens beschikbaar zijn van temperatuur en andere weergegevens kunnen dit soort proxies gevalideerd worden, dat wil zeggen dat de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de fossiele gegevens getest kan worden met behulp van objectieve meetgegevens.
Geschiedenis:
De tweede helft van de 20e eeuw heeft een enorme toename laten zien in het onderzoek aan fysische en chemische klimaatproxies. Met name het stabiele isotopen onderzoek aan schaaltjes van foraminiferen (eencelligen met een harde schaal) uit diepzee boringen en isotopenonderzoek aan ijskernen uit landijskappen (met name Groenland en Antarctica) hebben sterk bijgedragen aan de kennis van de klimaatontwikkeling van de laatste miljoenen jaren. Men heeft getracht een kromme van de klimaatverandering in het gematigd zeeklimaat tijdens het Kwartair uit te rekenen. Het bekendste onderzoek hiernaar is dat van Milutin Milanković. De Milanković-parameter meent variaties in de zonnestraling te kunnen vaststellen tijdens deze periode.
Klimaatmodellering:
De informatie die uit al deze proxygegevens wordt gehaald over het vroegere klimaat kan worden gebruikt om klimaatmodellen op te stellen. Men kan dan op deze manier proberen na te gaan of klimaatveranderingen tijdens het Holoceen, en met name gedurende de laatste ± 100 jaar een natuurlijke oorzaak kunnen hebben of te wijten zijn aan menselijke invloeden.
60.000.000 jaar geleden stierf de dinosaurus uit. Zoogdieren kwamen ervoor in de plaats. Elke periode binnen de laatste 65.000.000 jaar was warmer dan nu. Periodes met verhoogde CO2 zijn vaak periodes met een enorme biodiversiteit op aarde. Eerst stijgt de temperatuur en daarna, een eeuw verder, stijgt het CO2 niveau. De opwarming van de aarde komt niet door de stijging van het CO2 niveau.
Meer CO2 is enkel het gevolg van dat de temperatuur op aarde toeneemt. Van 1940 tot 1970, terwijl CO2 bleef stijgen, koelde
de aarde af. Moord en brand schreeuwen: We gaan een nieuwe ijstijd in.
Alle klimaatmodellen zijn gebaseerd op de aanname dat CO2 verandering in temperatuur veroorzaakt.
Er is geen verband tussen CO2 en klimaatverandering. Je zou kunnen stellen dat als het warmer wordt de toename van C O2 het gevolg is en derhalve niet de oorzaak. Wiens perverse gedachte is het de stelling om te draaien?
De hele wereld brengt het offer voor een kleine schatrijke elite die nog rijker wil worden met het aan banden leggen van uitstoot van C O2 door menselijk handelen. Hiervoor heb je windmolens van € 30.000.000,- per stuk nodig, heel veel zonnepanelen, zonder te beseffen dat de schaarse grondstoffen op zijn voordat je zogenaamd klimaatneutraal bent en je daarmee toekomstige generaties deze grondstoffen onthoudt. Hoe pervers is dit?
Het volgende college gaat over weerextremen, hittegolven, bosbranden en presentatie van data, waarbij evenals het IPCC ook het KNMI zich schuldig maakt aan datavervalsing.
We gaan ook in op astrofysica en in hoeverre deze wetenschap een bijdrage levert aan het begrip klimaat en klimaatverandering. We gaan ook in op astrofysica en in hoeverre deze wetenschap een bijdrage levert aan het begrip klimaat en klimaatverandering.