De Nederlandse boer moet blijven, immers de Nederlandse boer zorgt altijd nog het beste voor een gezonde maaltijd. Wil je groen geverfde sperzieboontjes uit China, moet je de Nederlandse boer saneren. Wil je een boeren tijgerbruinbrood uit de Oekraïne, eet je geen brood, maar bestrijdingsmiddelen. Alleen al om deze reden vind ik het in het geheel niet relevant welke de bijdrage van de Nederlandse boeren aan het BBP is.
GL/PvdA en D66 denken.
Natuurlijk ligt het voor de hand te concluderen dat als die bijdrage heel weinig is, bij een oppervlakte van 2/3 van Nederland het een inefficiënte en ineffectieve sector is. Dan moet die sector wel de natuur verpesten.
Het denken heeft GL/D66 niet uitgevonden.
Een windmolen levert 2,2 Watt in het gunstige geval per m2. De centrale in Borssele levert 11.000 Watt per m2. Denk je consequent, moet je toch onmiddellijk kappen met die windmolenrage.
Een idiote uitspraak:
De rivier is vies. Schiet iedereen die in de buurt woont van de rivier dood en de rivier wordt schoon.
Het is net zo’n idiote uitspraak dat je boeren opruimt om de natuur te sparen.
Welke factoren eraan ten grondslag liggen dat de bijdrage aan het BBP zo gering is:
- Het boerenbedrijf is slechts een schakel in van productie tot consumptie. Is door de oud directeur van ASML daar wel rekening mee gehouden? Deze slimme man heeft verstand van veel geld verdienen aan halfgeleiders, maar gebruikt hij ook het boerenverstand?
- Gedwongen door allerlei maatregelen, heeft de boer steeds meer moeten investeren. Je moet derhalve steeds intensiever produceren en harder werken om aan het einde van de maand hetzelfde over te houden. Drukken we dat voldoen aan wet en regelgeving uit in opbrengst per kg, neemt die opbrengst wel toe, maar de winst exponentieel af naarmate door wet en regelgeving de boer zich steeds afhankelijker maakt van de bank.
- Het CO2 beleid, een dure hoax, leidt tot een kostenfactor die je letterlijk en figuurlijk boven het hoofd groeit met die terreurturbines.
- Het stikstofbeleid, afgezien van de discussie of stikstof nu wel of niet de druppel op de gloeiende plaat is, leidt tot sanering van boerenbedrijven, waardoor de overgebleven bedrijven in toenemende mate bijdragen aan het dalende aandeel van het BBP.
- Zouden we de prijs voor de consumptie wereldwijd van de door de Nederlandse boer geproduceerd voedsel als maat nemen voor de bijdrage aan het BBP, is de boer degene die het lont heeft aangestoken. De boer heeft mede bijgedragen aan de afdracht loonbelasting van de kassamedewerkster bij de supermarkt. Hij heeft ook bijgedragen aan de winst die in een Gasthof in Oostenrijk wordt gemaakt aan het serveren van de Wienerschnitzel.
Het is de hoogste tijd voor het omdenken!
Make de Dutch Farmer Great Again.
2/3 van Nederland is boeren landschap. Dit is als sinds mensenheugenis zo. Waarom dat nu laten vernielen door klimaatgekken en stikstoffundamentalisten?
Els
Els wordt geacht 10.000 l / jaar melk te geven.
Ingridje
Pech voor Ingridje.
Ingridje mag niet bij mama Els lurken.
Tot en met computergestuurd voeren en aan de kontzijde in de groep plassen en poepen om aan 10.000 l. per jaar per koe te komen. Zodra poep en plas bij elkaar komt, krijg je NH3 en dat is niet zo goed voor het milieu.
Echter als Els een groot deel van het jaar in de wei mag rondlopen, poept ze op de ene plaats en plast ze op een andere plaats. Geen NH3, niks aan de hand.
Nu wordt het voor de boer een rekensom als de overheid onderhand eens met hem wil meedenken.
De boer wordt helemaal blij als Els dol van enthousiasme naar de wei spurt.
Het omdenken
Je moet de boer niet als de bedreiger van de natuur zien, maar als natuurbeheerder.
Stel hier eens een plan voor op? Je laat je door niets en niemand tegenhouden van wat goed is voor de natuur, is goed voor de boer en voor ons als consument.
Om te beginnen moeten we terug naar het verre verleden om te leren van het verleden.
Justus von Liebig
Justus Liebig, vanaf 1845 Freiherr von Liebig, (Darmstadt, 12 mei 1803 - München, 18 april 1873) was een Duitse chemicus en pionier op het gebied van de toegepaste scheikunde. Hij wordt beschouwd als de uitvinder en eerste gebruiker van kunstmest.
Jeugd
Justus Liebig werd geboren als een van de negen kinderen van Georg Liebig en Maria Korline Moserin. Vader was handelaar in ingemaakte levensmiddelen en drogist. Na het volgen van het gymnasium in 1817 werd Justus leerjongen bij apotheek Pirsch in Heppenheim, het gerucht gaat dat hij daar ontslag kreeg, nadat hij een ontploffing met knalkwik veroorzaakte. Toen zijn vader zijn studie niet meer kon betalen, kwam hij in diens winkel te werken. Daar maakte hij kennis met de bekende chemicus Karl Wilhelm Gottlieb Kastner. Hij werd assistent van Kastner en ging kort daarna aan de Universiteit van Bonn en de Universiteit van Erlangen studeren. In 1822 kreeg hij een beurs van de groothertog van Hessen-Darmstadt om in Frankrijk verder te studeren.
Chemie
Na terugkomst uit Frankrijk promoveerde Liebig aan de Universiteit van Erlangen op de relatie tussen de organische en anorganische chemie, waarna hij op 21-jarige leeftijd aangesteld werd als buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Giessen. Hij stichtte daar een universiteitslaboratorium - het eerste in Duitsland - en introduceerde een nieuwe manier van scheikunde doceren. Hij begeleidde de leerlingen op persoonlijke wijze met onder meer individuele opdrachten. Zijn manier van lesgeven was populair; veel goede studenten die later een belangrijke positie zouden bekleden binnen de chemie trokken richting Giessen.
Liebig deed vele ontdekkingen in de scheikunde. In 1831 ontdekte hij samen met Friedrich Wöhler chloroform en in 1832 chloraal. Ze stelden ook een theorie op, de radicaaltheorie, die echter weinig met het huidige begrip radicaal in de scheikunde te maken heeft. Liebig vond ook de 'liebigkoeler' uit, een laboratoriuminstrument voor het condenseren van dampen.
Aangezien Liebig zich meer op de praktische toepassingen van de chemie wilde richten, zocht hij naar chemische verklaringen voor allerlei fysiologische processen. Zo richtte hij zich onder meer op vetten en vleesextracten, aanleiding tot dat laatste was het weggooien van grote hoeveelheden vlees in Australië. In 1865 richtte hij het bedrijf 'Liebig vleesextracten' op, dat op een goedkope wijze vleesextract voor bouillon produceerde als alternatief voor het gebruik van vers vlees.
Kunstmest
Doordat Liebig aan een slechte gezondheid leed - hij had onder meer last van reuma - beviel het hem steeds minder in Giessen en nam hij in 1852 het aanbod aan van Maximiliaan II van Beieren om hoogleraar te worden aan de Universiteit van München. Hij richtte zich in de daaropvolgende jaren op het onderzoek naar elementen die planten nodig hebben voor hun groei. Ook in München zette Von Liebig direct een laboratorium op. Een van zijn belangrijkste ontdekkingen was kunstmest op basis van nitraat, vervolgens startte hij proeven met kunstmestgiften in de landbouw. Hij schreef in 1840 de 'Wet van het minimum' over de voedingsstoffen die een plant voor een optimale groei nodig heeft. In 1845 was zijn bouwland een van de vruchtbaarste plekken van Duitsland geworden.
Kringlooplandbouw
Gaandeweg ging Von Liebig echter ook de nadelen van de toepassing van kunstmest zien. In 1861 publiceerde hij 'Es ist ja dies die Spitze meines lebens', waarin hij zijn landbouwtheorie samenvatte en afstand nam van het werk van zijn jongere jaren. Hierin wijst hij nadrukkelijk op de nadelige gevolgen van onmatig kunstmestgebruik voor het bodemleven en de kwaliteit van het agrarisch product. Hij erkende het belang van kringlooplandbouw. Het boek is in het Nederlands vertaald onder de titel De zoektocht naar kringlooplandbouw.
Spiegel
Liebig kan ook worden gezien als vader van de moderne spiegel, met een laagje zilver in plaats van het gevaarlijke kwikzilver. Hij schreef in 1835::...wenn man Aldehyd mit einer Silbernitratlössung mischt und erhitzt, scheidet sich Silber auf der Wand des Glases ab und es entsteht ein brillianter Spiegel.
(...als men aldehyde met een zilvernitraatoplossing mengt en verhit, scheidt zich zilver af op de wand van het glas en er ontstaat een schitterende spiegel.) Een poging in 1858 zo'n spiegel op de markt te brengen, mislukte echter: het publiek hield vast aan de vertrouwde kwikspiegels tot deze in 1885 in Duitsland werden verboden.
Erkenning
Von Liebig ontving in 1840 het officierskruis in het Franse Legioen van Eer. Hij werd in 1845 door de groothertog op eigen verzoek in de adelstand verheven tot Freiherr von Liebig. De Universiteit van Gießen is naar hem vernoemd en heet tegenwoordig de Justus-Liebig-Universität Gießen.
Zoals in die tijd gebruikelijk was, werd Von Liebig regelmatig gevraagd demonstraties te geven voor de koninklijke familie en hun gasten.
Justus von Liebig-prijs
Deze prijs genoemd naar de Duitse chemicus en het geldbedrag van €15.000 wordt elke twee jaar uitgereikt aan een persoon of groep die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de Europese landbouw.
Wat we van Justus von Liebig hebben geleerd, maar niet toepassen.
Dit weten we reeds vanaf 1861. Von Liebig had spijt van zijn uitvinding.
- Kunstmest leidt tot verschraling van de bodem.
- Kunstmest roeit noodzakelijk bodemleven uit.
- Kunstmest frustreert een gezonde waterhuishouding.
- Kunstmest is nadelig voor de biodiversiteit.
Kostenbesparing
Om je te concentreren op kostenbesparing, zul je moeten kijken naar welke die koste opdrijvende factoren zijn.
Boerenbedrijven in Nederland moeten zich inzetten voor duurzaamheid en innovatie om hun producten te verkopen. Hier zijn enkele belangrijke kosten die boerenbedrijven moeten overwegen:
- Kosten voor productie: Dit omvat de kosten van het tillen, vriesbeheersen, en andere productieprocessen.
- Kosten voor onderhoud: Dit omvat de kosten van het onderhoud van panden, machines, en andere infrastructuur.
- Wettelijke toeslagen en subsidies: Dit zijn kosten die bedrijven moeten overwegen om financiële steun te ontvangen.
- Investeringen: Dit omvat de kosten van investeringen in nieuwe technologieën en duurzamere processen.
- Dagelijkse bedrijfskosten: Dit omvat de kosten van dagelijkse activiteiten zoals voedselverzorging en personeel.
- Verzekeringen: Dit omvat de kosten van bedrijfsverzekeringen om financiële risico's te beperken.
Deze kosten kunnen per bedrijf variëren afhankelijk van factoren zoals locatie, onderhoud van de panden en machines, wettelijke toeslagen, subsidies, investering, dagelijkse bedrijfskosten en verzekeringen. Het is belangrijk voor boeren om goed geïnformeerd te zijn over de markt en de trends om hun productie zoveel mogelijk hierop af te stemmen en winstgevend te blijven.
De landbouw.
- Melkvee
- Akkerbouw
- Varkens
- Pluimvee
Die verscheidenheid maakt een regio economisch stabiel, maar tegelijkertijd ook complex.
De marges zijn vaak klein en sterk afhankelijk van factoren die buiten de invloed van de boer liggen:
- Wereldmarktprijzen,
- Beleid,
- Klimaat
- Consumentengedrag
Linda de Bie, directeur Connecting Agri Food: “Landbouw kenmerkt zich door een relatief lage winstgevendheid bij bepaalde sectoren. De rentabiliteit, oftewel het inkomen dat boeren overhouden na kosten voor arbeid, grond en machines, ligt regelmatig onder de 100 procent. Dat betekent dat die bedrijven niet volledig kunnen voorzien in een vergoeding voor eigen arbeid en vermogen. Er zijn bovendien grote verschillen tussen sectoren en spreiding tussen de bedrijven binnen één sector: waar de één een goed jaar draait, kan de ander verlies lijden.”
Keurmerken en export
Daarnaast is de voedselketen, waar landbouw onderdeel van is, een ingewikkelde keten. Er zijn veel boeren, en maar een paar grote inkooporganisaties voor de supermarktketens. Bovendien levert de landbouw veelal kort houdbare producten op waardoor boeren weinig invloed op de verkoopprijs hebben. Met keurmerken zoals Beter Leven en PlanetProof kunnen zij wel een hogere prijs krijgen. Daar staan wel weer extra kosten tegenover, bijvoorbeeld voor duurzamer voer of voor het creëren van meer ruimte voor dieren.
“Export is een belangrijke economische pijler voor boeren”, vult Linda aan. “Het grootste deel van de export is voor Noordwest-Europa, slechts een relatief klein gedeelte wordt afgezet naar andere werelddelen. De prijs die boeren voor hun producten krijgen, is wel weer afhankelijk van ontwikkelingen op de wereldmarkt.”
Wat doen wij hier fout?
- Moet de Nederlandse boer zich nog wel zo expliciet richten op de export om het einde van de maand te halen?
- Kan de relatie tussen de boer en de consument met veel minder schakels? Immers als de boer zelf de laatste in de rij is die de prijs bepaalt, trekt hij altijd aan het kortste einde.
- Kan de overheid voor de verandering eens respectvol omgaan met de boer? Dat is op zijn minst constructief in gesprek gaan met die boer. Minister en volksvertegenwoordiger: Wat jij op je bord hebt, heeft die boer zich voor in het zweet staan te werken!
- Kan de boer in de gelegenheid worden gesteld niet de opbrengst per hectare, maar de winst per hectare te vergroten?
Hoe intensiever het boerenbedrijf, des te hoger de productie per hectare en des te inefficiënter de opbrengst per hectare is, omdat de kosten van voortbrengen explosief stijgen door allerlei wetten, regels, kosten waar de boer geen invloed op heeft en investeringen.
Hoe intensiever het boerenbedrijf, des te geringer de bijdrage aan een gezonde natuur.
Wat dan wel?
- Laten ze in Oostenrijk zelf hun Wienerschnitzels produceren.
- Laten we de vele tussenschakels zien te elimineren?
- Laat de boer aan het woord om voor de lokale markt met trots alle kwaliteit van de wereld te produceren.
Een blije boer
Een blije boer is een boer die zich inzet voor het welzijn van zijn dieren en het creëren van een gezonde omgeving.
In deze missie mogen we hem niet tegenwerken, maar van harte van dienst zijn.
Kijk eens hoe mooi.
Als we niet massaal achter onze boeren staan, wordt het dit en eten we groen geverfde sperzieboontjes uit China.